Een cultuur-historische benadering van het poststempel van Nederlands-Indië – Benkoelen

 42,50

Hardcover uitvoering

Levertijd: 10 tot 12 werkdagen

Artikelnummer: 9789492908339 Categorieën: ,

Beschrijving

Als jongetje heb ik het postzegelen van mijn  vader geleerd. Wekelijks werden grote hoeveelheden kantoorpost afgeweekt, gedroogd, gesorteerd en netjes opgeborgen in stockboeken en albums. Zo is mijn belangstelling voor de gebruikte postzegel én voor het postkantoor van verzending ontstaan. Nederlands-Indië is echter ook voor mij een ‘Land van Herkomst’. Mijn interesse voor de herkomst van gebruikte postzegels uit deze enorme archipel groeide met het jaar. Waar ligt toch een plaatsje als Benkoelen, om maar niet te spreken van Lebong Donok, Tjoeroep of Tabahpenandjoeng. Waarom trokken de Hollanders naar deze afgelegen gebieden en waarom werd juist daar in de ‘middle of nowhere’ een hulppostkantoortje geopend?

Door de culturele en historische achtergrond van de verschillende regio’s van het eiland Sumatra te koppelen aan de plaatselijke, postale geschiedenis kreeg mijn filatelistische hobby een ruimere context. Zo heb ik getracht om de ontwikkeling van het postwezen te relateren aan de economische en geopolitieke betekenis van de verschillende resi-denties van dit grote eiland. Hier, diep verborgen in de ondoordringbare wildernissen van het Lebong district lagen glinsterende schatten, die al van oudsher de hebzucht van lokale vorsten opwekten. Goud-zoekende Menangkabouwers van Sumatra’s westkust trokken zuidwaarts. Een zwarte hond, een witte boshaan en een boeroeng poejoeh (kwartel)  moesten door hun gedrag de weg naar het gele metaal aangeven. Zo werd in het dal van de rivier de Ketahoen Lebong Donok gevonden. Talrijke legenden zijn aan de  goudwinning verbonden. Steeds als er weer een lebong (kuil) met rijke vondsten werd gevonden, raakten de aardgeesten vertoornd. Palembangers uit Rawas werden door tijgers verslonden, aardbevingen deden de schachten instorten, driehonderd maagden kwamen op één dag om toen plotseling een onderaardse rivier zich in de mijngang stortte. Later begin 20 eeuw hebben Europese prospectors zich weinig aan de oude rechten van de lokale be volking gelegen laten liggen. De belangen van het kapitalisme moesten voorrang krijgen. Nu zijn de meeste vindplaatsen opgedroogd en in 1995 werd de laatste mijn te Lebongtandai gesloten.